pagina interview met Jackelien Kuntz van Burgy Bouwbedrijf Leiden, foto strand.

Ingebeeld & tekst

Start

Introductie

Opdrachtgevers

Voorbeelden

Contact

Jackelien Kuntz, Burgy Bouwbedrijf, Leiden

“Geef mij maar iets om m’n tanden in te zetten.”

In de hal staat tegenover de strak vormgegeven balie een glazen vitrine met oude timmergereedschappen. Loodslabben, bijzondere dakpannen en antiek aandoende vensterglasmonsters liggen op de glanzend witte vergadertafel. Klassiek bouwen vanuit een moderne aanpak, dat is Burgy ten voeten uit.

Sinds de oprichting in 1933, door de grootvader van de huidige directeur Kasper Burgy, zijn vakmanschap, hart voor het werk en creativiteit de handelsmerken van het inmiddels vijftig werknemers tellende familiebedrijf. Jackelien Kuntz werkt sinds vier jaar bij Burgy als hoofd administratie. Ook zij is bevangen door de Burgy-koorts en vertelt met smaak over de diverse projecten. Als erkend restauratiebedrijf heeft Burgy al vele historische panden hun oorspronkelijke glans teruggeven. De monumentale Pieterskerk in Leiden bijvoorbeeld. Maar ook voor bijzondere nieuwbouw draaien de mannen van Burgy hun hand niet om. Het eigen pand, waarin het samenspel tussen moderne vormgeving en klassieke materialen en bouwmethoden de hoofdrol speelt, is daarvan een mooi staaltje. Met behulp van de diverse zaag-, schuur- en freesmachines in de ruime werkplaats wordt al het machinale timmerwerk gemaakt. Exacte kopieën van originele onderdelen of een moderne vertaling van oude technieken, er is veel mogelijk. Voor een 17e-eeuwse binnenpui ontwikkelde Burgy bijvoorbeeld een paar heel bijzondere vlechtdeuren.

Facturatieschema
Omdat wie zijn werk met passie doet, dat graag overdraagt, neemt het opleiden van jonge vaklui een belangrijke plaats in binnen de bedrijfsfilosofie. “Iedereen bij Burgy is zo betrokken bij het werk, daar wil je gewoon graag onderdeel van zijn. Onze directeur is met hart en ziel een uitvinder. Hij rijdt liever op z’n fiets langs alle werken om mee te denken dan achter zijn bureau te zitten.” Debiteurenbeheer bij Burgy is geen omvangrijke klus: het bedrijf heeft weinig last van wanbetalers. “De overgrote meerderheid van onze klanten is blij met het resultaat en betaalt de rekening zonder spijt”, vertelt Jackelien. “Bij de contractonderhandelingen voor grote klussen wordt altijd een facturatieschema opgesteld. Het zijn duidelijke afspraken waar men zich meestal wel aan houdt. Van grote organisaties, zoals gemeenten, weet je gewoon dat het langer duurt. De facturen belanden onderop een hoge stapel. De truc is om de juiste persoon aan de telefoon te krijgen, die ze weer bovenop wil leggen!”

Achter het net
De gehanteerde procedures zijn vrij standaard: een betalingstermijn van dertig dagen, een schriftelijke herinnering en een tweede herinnering met een betalingstermijn van tien dagen en aankondiging van het uit handen geven. “Eerst overleg ik even met de betreffende projectleider of er iets speelt”, licht Jackelien toe. “Of ik bel de klant om te vragen waarom een betaling is vertraagd. Meestal is het dan snel geregeld.” Over de, nog relatief korte, samenwerking met Blume, Stolker en Roel is Jackelien zeer te spreken. “Andere deurwaarders deden niet wat ik vroeg, of niet op tijd. Dan visten we, ondanks mijn waarschuwingen voor bijvoorbeeld een faillissement, toch achter het net. Blume, Stolker en Roel hebben we niet veel nodig en meestal is een Incass-sommatie al voldoende om de debiteur tot betaling te bewegen. Maar als ik ergens mee kom wordt er snel actie ondernomen, dat is belangrijk. De communicatie verloopt goed en ik vind het erg prettig om met een vaste contactpersoon te werken.”

Marchanderen
Verder dan een tweede herinnering komt het dus zelden. Jackelien: “Een enkeling blijft marchanderen. Lekkage hier, extra schilderwerk daar. Wij willen ons werk zo goed mogelijk doen en komen onze klanten ver tegemoet. Maar er is een grens. Als we recht hebben op een bedrag, dan laat ik het er niet bij zitten. Ik heb wel lastige zaken uitgevochten! Bijvoorbeeld met een echtpaar dat uit elkaar ging op het moment dat de restauratie van hun pand klaar was. Dat leverde eindeloze discussies op over wie voor welke kosten moest opdraaien. Maar de rekening is uiteindelijk tot op de laatste cent betaald. Geef mij maar iets om m’n tanden in te zetten!”

Terug naar het overzicht